De essentie van de villa
nieuws & artikelen artikelen De essentie van de villa
De essentie van de villa PDF Afdrukken E-mail
dinsdag, 26 mei 2009 15:03

Wat maakt een villa tot een villa?
Dat lijkt een wat overbodige vraag; maar in ‘de essentie van de villa’ wordt al snel duidelijk dat dit vraagstuk interessanter is dan op eerste gezicht doet geloven.

Vraag maar eens een kind een huis te tekenen. Dan komt al snel het bekende doosje met puntdak en schoorsteen, in een tuin met een hek op papier te staan. Zie hier blijkbaar onze primaire beeldvorming van een (vrijstaand) huis. Maar, schakel een paar van deze huizen aan elkaar en je hebt een straatbeeld van een stad. In ons gedachtegoed lijkt een vrijstaande woning dus in de essentie niet meer dan een stadshuis zonder directe buren. Een benadering die in de praktijk helaas ook dikwijls zo door architecten tot uitvoering gebracht wordt.

 

In ‘de essentie van de villa’ wordt gezocht naar de oorsprong en de ontwikkeling van de villa als typologie.
Door middel van een chronologisch opgezet onderzoek blijkt dat de Romeinen op het hoogtepunt van hun rijk de villa in optima forma hadden ontwikkeld; de villa otium. Een buitenhuis primair voor ontspanning. De ontwikkeling hiervan heeft eeuwen geduurd want de Romeinen begonnen met dezelfde insteek als onze kindertekeningen; ze bouwde eerste gewoon een stadswoning buiten de stadsmuren. Zeer langzaam paste zij langzaam dit huis aan, aan de levensstijl die het villawonen (het otium) met zich mee bracht. Met respect voor landschap, oriëntatie, uitzicht, diversiteit van ruimtes creëerde de Romeinen ten tijden van Plinius de Jongere de villa in optima forma. Van een symmetrisch opgezette plattegrond ontwikkelde de villa zich tot een morfologische bouwvorm.
Met de val van het rijk verdween de villa van het wereldtoneel. Buiten de stadsmuren werd het te gevaarlijk om te wonen.
Pas in de renaissance verscheen het buitenverblijf weer op het toneel. Echter, door een hopeloze vergissing van de bouwmeesters van toen, is eeuwen van Romeinse ontwikkeling verloren gegaan en kreeg de herleving van de villa een valse start van ongekende omvang.
Geen Romeinse villa had de donkere jaren van de Middeleeuwen overleefd en bouwmeesters als Scamozzi konden alleen terugvallen op de ruines van Rome en wat geschriften uit de oudheid. De Romeinse overblijfsels die ze bestudeerde waren veelal tempels en ze gingen er vanuit dat deze verschijningsvorm ook gebruikt werd voor de buitens van rijke Romeinen. Zo zijn de villa’s uit de Renaissance dominerende, symmetrisch opgezette bouwwerken met tempelfronten als gevels. Met deze vorm als basis ontwikkelde zich de villa verder. Het zou nog eeuwen duren (halverwege de 20ste eeuw) voordat sommige architecten weer langzaam met de kwailiteit van de Romeinse villa huizen ontwierpen.

Lees het gehele onderzoek op www.eenvilla.nl

 

Laatst aangepast op vrijdag, 26 juni 2009 15:08